montage: om de plaat te klemmen worden twee centreerbussen en twee zwevende bussen aangebracht teneinde een optimale reproduceerbaarheid te verkrijgen;
de zwevende bus heeft een groef die dient voor onderscheid;
type 1: centrisch;
type 2: zwevend, met groef;
d heeft bij type 1 een tolerantie van F6; bij type 2 is dit + 0,2;